Recensie | Paul Hoffman – Het lied van de Verlossers

In Het lied van de Verlossers, het vervolg op De linkerhand van God, wordt hoofdpersonage Thomas Cale wederom ingezet als pion van Bosco. Deze geestelijke is de leider van het Sanctuarium, een soort tempel/burcht.
Cale is in de ogen van Bosco ‘de Toorn van God’, een engel der wrake die volgens oude geschriften op aarde zal verschijnen. Cale is door Bosco grootgebracht in het Sanctuarium, een klooster in een verre uithoek van het rijk van de Verlossers.
De Verlossers zijn een militante, ascetische orde met een uiterst grimmig wereldbeeld. Gruwelijke martelingen en terechtstellingen zijn voor hen een middel om het geloof te bewaken. Paul Hofmann beschrijft een soort alternatief Europa, waarin hij, losjes geïnspireerd op het katholieke geloof en een vroegmiddeleeuwse situatie, een wonderbaarlijke mengeling van strijd en geloof tot leven brengt.

Grootgebracht onder een dergelijk juk, zal het niemand verbazen dat Cale een gecompliceerde, cynische jongeman is met een neiging tot uiterst gewelddadige uitbarstingen. Zijn bizarre jeugd maakt hem uiteraard ook wereldvreemd. Die twee eigenschappen tezamen zorgen ervoor dat hij zich telkens in het middelpunt van catastrofes terugvindt. Daarnaast is hij intelligent, heeft een neiging tot compromisloos en onconventioneel denken, en is passioneel verliefd op Arbell Zwaanhals, de vrouw die hem in De linkerhand van God verraadde.
Cale wordt in Het lied van de Verlossers omringd door een kleurrijke cast van wonderlijke personages die door Hoffman vaardig en soms verrassend scherp worden uitgewerkt.
Bosco zet Cale in als bevelhebber van een leger aan de westelijke grenzen van het imperium van de Verlossers, dat de strijd aangaat tegen het Volk, bewoners van het Transvaalveldt.
Door vernieuwende tactieken en listen weet Cale een nipte overwinning op de Volk te behalen. Bosco zorgt er inmiddels voor dat geruchten over Cales goddelijke aard en zijn heldendaden ruim verspreid worden.
Hierdoor, en door verdere politieke machinaties van Bosco, wordt Cale gekozen als aanvoerder van een leger dat vecht tegen de Laconieken,  een volk dat een bedreiging vormt aan het Oostelijk front. Behoedzaam opererend voeren Cale en Bosco ook hier nieuwe tactieken in – de beschuldiging van blasfemie ligt immers altijd op de loer bij de oerconservatieve Verlossers, vooral ook omdat Bosco veel vijanden heeft.

In Het Lied van de Verlossers beschrijft Hoffman hoe Bosco zich middels intriges opwerkt binnen de Kerk van de Verlossers om uiteindelijk zijn hoogste doel te bereiken, namelijk Paus worden, zodat hij eindelijk een begin kan maken met het ultieme doel, namelijk het uitroeien van de mensheid.
Aanvankelijk laat Cale, die is gewend aan de nietsontziende discipline die de Verlossers opleggen aan acolieten, dit gebeuren, maar gaandeweg krijgt hij toch in de gaten dat zijn lot in handen van de Verlossers nauwelijks in goede handen is, en dat hij een pion zal blijven in een spel waaraan hij niet wil deelnemen. Hij bedenkt dan ook een list om te vluchten.

Hoffmans stijl is grafisch en cynisch. In grimmig proza blijft de lezer niets bespaard als het gaat om de gruwelen van marteling, terechtstelling en strijd.
In een koud, hard licht schildert Hofman een wereld waarin een godsdienst het alleenrecht voor zich heeft opgeëist te beschikken over leven en dood. Een uiterst uitbundige acquisitie veroordeelt iedereen die er ook maar van verdacht wordt blasfemie of ketterij gepleegd te hebben.

De absurde uitwassen van een godsdienst die op geen enkele manier getemperd wordt door gezond verstand, omdat ze iedere vorm van kritiek of nuancering in de kiem smoort, worden door hem genadeloos in beeld gebracht. Soms neemt dat zelfs hilarische vormen aan. Daarbij heeft Hoffman geen moeite om de hypocrisie van geloofsvertegenwoordigers geloofwaardig te maken. Hun machtspelletjes en vreemde gedachtekronkels vormen dan ook feitelijk de kern van deze roman. Daarbij bedient Hoffman zich van de alwetende verteller, waardoor hij vrijelijk in en uit de hoofden van zijn personages kan schuiven. Dat levert bij wijlen pareltjes van inzicht op.
Ook de ronduit eigenaardige en krampachtige benadering van het fenomeen ‘vrouw’ door oppermachtige godsdienstbeoefenaren is bij Hoffman in goede handen.

Hoffmans inzicht in de menselijke conditie draagt bij aan zijn vermogen om de absurditeit van de misdaden tegen de menselijkheid in beeld te brengen, zonder ook maar iets af te doen aan het gruwelijke, ongerijmde karakter ervan.
Vooral ook in de dialogen toont hij zich meesterlijk. Ze zijn gevat, er is ruimte voor misverstanden, egotripperij, intrige, en soms ook emotie. Regelmatig zijn de dialogen ook ronduit hilarisch.
Minpunt is dat de grafische verslagen van veldslagen soms erg langdradig zijn. Tel daarbij op dat de tamelijk uitputtende, droge uitweidingen over politieke intriges en alle daarbij betrokken spelers, veelal personages die verder niet bij het verhaal betrokken zijn, regelmatig het geduld van de lezer nogal op de proef stellen. Op die momenten kan de briljante schrijfstijl van Hoffman de voortgang van het verhaal niet voldoende borgen.
Boeiende leeservaring. Het is niet per se noodzakelijk vanwege de vele verwijzingen, maar om ten volle van deze roman te genieten is het toch wel aan te raden om het eerste deel eerst te lezen.
(Adinda Volkers)


Het Lied van de Verlossers
Paul Hoffman
Prijs: € 19,95
ISBN: 978-90-446-1402-2

Share:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

two × four =