Latest news for namenda 194.00

Average Rating: 4.7 out of 5 based on 153 user reviews.

Ik ben geen chauvinist. Ik ben geen xenofoob. Toch vind ik het verbijsterend dat de fantasy, sciencefiction en horror in Nederlandse boekhandels voor meer dan 90% uit vertalingen bestaat. Waarom is dat zo verbijsterend? Nou, omdat ik een taalsnob ben. De falende godIk houd van woorden als ‘kadaver’, ‘conapt’ of ‘psychonaut’, zoals anderen houden van gebouwen, schoenen of kleding. Ik proef de taal zoals een wijnkenner de afdronk van een Chardonnay waardeert. Als ik een boek lees, gaat het mij niet alleen om plot, personages of originaliteit. Namenda 194.00 het proza moet flonkeren, dartelen en verbijsteren. En in een vertaling gaat altijd iets van die flonkering verloren. Associaties en connotaties Donna Tartt schreef het al: het Oudgriekse pur heeft een andere connotatie dan het Franse feu. Beide woorden betekenen vuur, maar bij pur denk ik aan een fakkel die flakkert in de Egeïsche zeewind, terwijl ik feu associeer met het vuurtje dat een Parijse charmeur aan zijn minnares geeft. Volgens dezelfde redenering is een dagger niet hetzelfde als een dolk. Een necromancer is geen tovenaar. Door deze subtiele verschillen zal ik oorspronkelijk Engelstalig werk nooit volledig op waarde kunnen schatten. En als ik in het Engels lees, mis ik de subtiliteiten (hoewel ik een bovengemiddelde beheersing van het Engels bezit). Het derde verbondAlternatieven Ik zeg niet dat Angelsaksische genrefictie slecht is. Oh nee. Er zitten diamanten namenda 194.00, saffieren en robijnen tussen. Joe Abercrombie gebruikt de taal van de strijdbijl: wreed, scherp en hard. Neil Gaiman is even luguber als een gapend graf. George R. R. Martin is rauw, gruizig en wijs. Maar waarom zou een Nederlandse lezer genoegen nemen met de zwijmelhorror van Stephenie Meyer, de herkauwde clichés van John Flanagan of Raymond Feist nummer zoveel, terwijl er zoveel prima alternatieven van eigen bodem zijn? Koopt Hollandsch! De Nederlandse genrefictie loopt allang niet meer achter bij de Angelsaksische. Qua horror gaat ons aller kampioen Thomas Olde Heuvelt de Angelsaksische barricaden slechten. Ook hebben we Anthonie Holslag, die mij met zijn bundel Zwarte muren deed huiveren in de stille nacht. Django Mathijsen en Liane Baltus kunnen zich meten met de beste sciencefiction namenda 194.00 uit het Angelsaksische veld. Sword & sorcery? Brad Winning. Fantasy waarbij Tanith Lee verbleekt? Anaïd Haen. Epische fantasy? Mike Jansen en Adrian Stone. Drakenfantasy waar Robin Hobb nog iets van kan leren? An Janssens en Kim ten Tusscher. En dystopia? Inderdaad, [namenda 194.00] uw aller Patrick Brannigan. Liefhebbers: koopt Hollandsch! (1971) is een ‘hybride’ auteur: hij publiceert zowel via uitgeverijen als onafhankelijk. Zijn verhalenbundel ‘Het indigo van de dood’ (2013) verscheen bij Zilverspoor; zijn roman ‘Evenbeeld’ (2014) heeft hij zelf uitgebracht. Brannigan won in 2011 de Unleash Award en de NCSF-prijs. Begin 2012 werd hij de nieuwe Kampioen der Nederlandstalige Speculatieve Literatuur. Brannigans korte verhalen zijn wereldwijd tienduizenden keren gedownload. Inmiddels zijn de eerste vier hoofdstukken van ‘Ragnarok’ af; een dystopische roman over wanhoop, krankzinnigheid, moed en de liefde van een vader voor zijn kinderen.  


?? 2008-2016 Legit Express Chemist.