Interview | Michael Scott schrijft het liefst over de ‘bad guys’

Met de Necromancer is de serie van over de onsterfelijke Nicolas Flamel over de helft, de spanning stijgt. Welke mythologische verhalen zal Michael Scott er nog meer bijhalen? Want alles moet kloppen vertelde hij aan fantasyboeken.org. “Alle informatie in de serie moet correct zijn.”

Hoe kwam je op het idee voor de serie?
Het idee is gegroeid nadat ik heel veel jaren heb geschreven over folklore. Ik ontdekte dat er verhalen zijn die overeenkomsten hebben in allerlei verschillende landen en mythologieën. Verder wilde ik ook de minder bekende mythen onder de aandacht brengen. Iedereen kent waarschijnlijk de Romeinse en de Griekse mythologie, misschien zelfs een paar Engelse legenden, maar ik wilde ook de andere grote mythologische verhalen vertellen.

Waarom heb je Nicolas Flamel gekozen als ‘held’ in de boeken?
Eigenlijk was Flamel nooit de echt de held. Dit was oorspronkelijk Dee’s serie. Het enige probleem met Dee is dat hij nooit echt ‘goed’ was als held. En toen, op een dag, was ik in Parijs en kwam ik geheel per ongeluk het huis van Nicholas Flamel tegen. Ik wist vrij weinig over de Franse alchemist. Ik wist bijvoorbeeld dat hij een boekverkoper was (en op dat moment werkt ik zelf als boekverkoper) en dat hij een boek had gekocht dat de twee grootste geheim van de alchemie bevatte: hoe je gewoon metaal in goud kon veranderen en hoe je onsterfelijk kon worden.
De hoofdreden echter dat Flamel de held van de serie is geworden, is dat na zijn dood zijn graf opengebroken is door grafrovers; maar zijn graf was leeg. Een paar jaar na zijn ‘dood’ zou hij levend en wel gezien zijn, daardoor werd er gezegd dat hij onsterfelijk was geworden. Toen ik eenmaal de onsterfelijke boekenverkoper had gevonden, had ik ook mijn verhaal.

Hoe lang ben je bezig geweest met het schrijven van dit boek?
Van begin tot eind, ongeveer negen maanden

Wat heeft je het meest beïnvloed tijdens het schrijven van de Necromancer?
Zonder twijfel: de fans. Er is een heel actief fan-forum gewijd aan de serie: http://flamelssecret.9.forumer.com. Elke dag lees ik het forum en beantwoord ik de vragen van de lezers. Sommige vragen zijn erg diepgaand en inhoudelijk, je kunt echt merken dat er goed over nagedacht is. Ze inspireren me echt om de lat tijdens het schrijven nog hoger te leggen.

Dit boek bevat een hoop actie, meer dan de vorige drie. Is dat iets wat je wilt voortzetten?
Hoe verder de serie komt, hoe minder tijd er is, dus alles gaat sneller en de gebeurtenissen worden nog hectischer dan ze al waren. De Flamels zijn stervende en de groep is opgesplitst, dus ze weten van elkaar niet wat er aan de hand is en wat er gebeurt. Boek vier is eigenlijk het begin van de tweede trilogie – en het begin van een grote conclusie.

Wat is je favoriete gedeelte van de serie tot nu toe en waarom?
Het was erg leuk om de Yggdrasil in boek één te creëren, maar ik vond de scènes op Alcatraz ook erg leuk. Ik ben zo vaak op de Rock geweest dat ik ondertussen tours kan geven! En natuurlijk bestaan alle locaties op Alcatraz echt. Maar boek vijf en zes bevatten een paar extra spectaculaire scènes.

En wie, natuurlijk, is je favoriete personages?
Dee, geen twijfel mogelijk. Ik weet dat een hoop mensen verwachten dat het Flamel zou zijn, maar de slechteriken zijn altijd veel leuker om over te schrijven. Machiavelli is een hele goede tweede.

Veel van de gebeurtenissen in het boek zijn gebaseerd op mythologische gebeurtenissen, maar waarschijnlijk heb je ook dingen zelf verzonnen. Zoals bijvoorbeeld de aura energie. Hoe heb je alles samen in één verhaal weten te passen?
Ik heb eigenlijk vrij weinig zelf bedacht voor deze serie. De enige twee bedachte personages zijn Josh en Sophie. Alle anderen die genoemd worden in de serie hebben echt bestaan in de geschiedenis of vinden hun oorsprong in de mythologie
Het concept dat aura’s uit energie bestaan en zich rondom het lichaam bevinden is al eeuwenoud. De serie heeft me de mogelijk gegeven om alles samen te laten komen.

Hoe lang ben je bezig geweest met de research?
In totaal tien jaar. Ondertussen schreef ik natuurlijk andere boeken, maar ik was altijd bezig met het zoeken van materiaal voor de serie. Ik had voor mezelf de regel ingesteld dat alle informatie correct moest zijn. Het moest zich afspelen op plaatsen waar ik gewoond had, of veel tijd had door gebracht, dus ik wist de geografie. Daarnaast moesten alle historische gebeurtenissen die ik noemde kloppen. Ik wilde dat de serie zijn oorsprong vond in de realiteit.

Heeft mythologie je altijd al geïnteresseerd?
Ja, altijd. In Ierland, waar ik ben opgegroeid, zijn mythen en legenden gemeengoed. Ierland heeft een hele pure mythologie – we zijn nooit veroverd door de Grieken of Romeinen, dus onze volksverhalen zijn niet daarop gebaseerd. Er zijn nog steeds legenden in de oude Keltische talen die de afgelopen duizenden jaren nooit aangepast zijn.
Ik ben begonnen met het schrijven over Ierse mythologie en rolde zo uiteindelijk verder de wereld van mythen en legenden in.

Hoeveel waarheid zit er denk je in de mythen en legenden die je tegen bent gekomen?
Ik denk dat veel van de verhalen enigszins gebaseerd zijn op de waarheid. Sommige verhalen hebben duidelijk een ‘educatieve’ functie – ’s nachts het bos in gaan was duidelijk gevaarlijk. Anderen bevatten een sterk moraal – liegen, valspelen en stelen zijn fout. Maar als er specifiek mensen genoemd worden, dan is de kans groot dat we iets lezen over mensen die echt bestaan hebben. Was er echt een koning Arthur? – waarschijnlijk wel! Was hij een ridder in zilveren harnas? – Nee, absoluut niet. Deze elementen zijn later aan het verhaal toegevoegd. Die toevoegingen kunnen we terugbrengen naar de Middeleeuwse Franse verhalen.

Wat is het grootste verschil, voor jou als schrijver, tussen het schrijven voor boeken voor volwassenen en young adults?
De taal en algemene kennis. Volwassenen ‘weten’ sommige dingen, jongere lezers hebben bepaalde evaringen vaak nog niet of beschikken nog niet over genoeg kennis, over bijvoorbeeld politiek en geschiedenis. Als je ‘Varkensbaai’ tegen een volwassenen zegt, dan denken ze meteen aan President Kennedy, Fidel Castro en de Cubaanse raket crisis. Maar als je ‘Varkensbaai’ tegen een jonge lezer zegt, dan zullen ze denken aan varkens die zwemmen in de zee. Het schrijven voor jonge lezers betekend dat je heel precies moet zijn met je taal.
Een ander groot verschil is dat jonge lezers met een veel grotere precisie lezen dan volwassenen. Ze zien iedere fout!

En natuurlijk, als laatste, waarom ben je begonnen met schrijven?
Ik ben begonnen met schrijven omdat ik een lezer was. Ik las alles, voornamelijk fantasy en science fiction toen ik opgroeide. En als je veel boeken leest komt er een moment waarop je besluit dat je je eigen verhalen te vertellen hebt. Zo simpel was het.
En er was nog iets wat ik deed: Ik hield het vol. En dat is iets wat veel mensen die willen schrijven niet doen. Ik stond mezelf niet toe om ontmoedigd te raken en schreef dat eerste boek. (Het was niet erg goed, maar ik maakte het wel af!)
Ik vond een zomerbaantje als verkoper in een boekwinkel. Elke dag kwamen er dozen en dozen met boeken binnen, de meesten waren geschreven door auteurs waar ik nog nooit van had gehoord. En ik dacht, als zij het kunnen, dan kan ik het misschien ook wel. Mijn eerste boek was een collectie met van mijn versies van Ierse volksverhalen en sindsdien ben ik nooit meer opgehouden met schrijven.
(Stéphanie de Geus)

Share:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

two × one =