Interview | Thomas Olde Heuvelt “Ik voel me thuis in het magisch-realisme”

Van horrorverhalen naar het magisch-realisme. Qua stijl maakte Thomas Olde Heuvelt een gigantische omslag, past het bij hem? Absoluut. Ondertussen is Harten Sara verschenen als een tweede druk, tijd om dus te praten over Leerling Tovenaar Vader en Zoon, Harten Sara en goudaders met streepjescodes.

Ondertussen is er een tweede druk van Harten Sara uit, hoe voelt dat?
Ja, kicken natuurlijk! Nu staat er voor in het boek: eerste druk april 2011, tweede druk augustus 2011. Het lijkt me gaaf om op een gegeven moment zo’n hele rij voor in het boek te hebben staan: 38e druk januari 2014, weet je wel (laten we ruim rekenen).

Harten Sara is op een hele opvallende manier opgemaakt. Op de boekpresentatie op de Elf Fantasy Fair zei je al dat de opmaak redactie op de uitgeverij niet blij was. Wat was voor jou de reden om deze opmaak zo door te willen voeren?
Sara zit vreemd, creatief en op zijn zachtst gezegd een tikje bizar in elkaar, en dat komt net zo sterk terug in haar levensvisie als in haar vertelstijl. Ik heb het overal in willen doorvoeren, dus ook in de bladspiegel. Een soort post-modern magisch-realisme dus, maar functioneel, zonder pretentieus te willen zijn. De uitgever was vooral niet blij omdat ik het manuscript één week voor dat het naar de drukker moest inleverde, met een lijst aan zetinstructies waar de opmakers zo’n beetje zelfmoordneigingen van kregen. Ik moest mijn telefoon echt een meter van mijn oor houden toen ze me opbelden. Maar ze hebben geweldig werk geleverd en we zijn er allemaal heel trots op.

Wat is de meest uitzonderlijke reactie die je op Harten Sara hebt gehad?
Ik heb letterlijk meerdere honderdtallen aan reacties van lezers binnengekregen via mail of social media, die een heel scala aan emoties uiten. Blijkbaar is Sara echt zo’n boek waarna de lezer het nodig heeft om even het hart te luchten bij de auteur, en dat vind ik hartstikke leuk. In bijna elke reactie staat het woord ‘bizar’. Heel vaak ook iets in de strekking van ‘wow, wat moet jij een extreem raar en onvoorspelbaar mens zijn’. Het woord ‘mindfuck’ komt ook erg vaak terug. Het mooist vind ik het wanneer ik mensen heb geraakt: dat ze hardop hebben moeten lachen, en dat ze hardop hebben gehuild. De meest uitzonderlijke reactie? Ik denk op Bol.com, waar iemand het ‘uitermate saai en wazig’ noemde. En da’s niet uitzonderlijk omdat zij de enige zou zijn die dat vindt (zoals ze zelf wel suggereerde), maar omdat de meesten die een boek niet goed vinden, simpelweg niet enthousiast de auteur mailen. Boeken zijn persoonlijk: ieder mag zijn of haar mening geven. Ze gaf me toch nog drie sterren.

Hoe kijk je nu tegen Leerling Tovenaar Vader en Zoon aan? Wat heb je ervan geleerd?
LTV&Z is me heel dierbaar. Het is een tussenstation geweest tussen de horror die ik vroeger schreef en het magisch-realisme waar ik me nu thuis in voel. Het gaat over het verliezen van mensen, iets waar ik erg veel moeite mee heb. Ik heb vooral heel veel geleerd van het redigeerproces. LTV&Z was mijn debuut bij Luitingh Sijthoff en voor het eerst kreeg ik professionele redactie. Ik kreeg het manuscript teruggestuurd, compleet zwart van de krassen en aantekeningen; Jacques Post had meerdere pennen eraan opgemaakt. Ik vroeg hem: ‘Maar vond je het dan niet goed, of zo?’ en hij zei: ‘Juist wel, daarom heb ik er zoveel werk aan besteed.’ Daar moeten alle schrijvers doorheen. Het boek is er inderdaad veel beter op geworden, en nog waardevoller, ik ben er veel beter door gaan schrijven. Harten Sara heeft uiteindelijk nauwelijks redactie gehad. Da’s de kroon op Jacques werk.

Hoe was het om zo’n hele mediahype om je te zien ontstaan na het uitgekomen van Leerling Tovenaar Vader en Zoon?
Dat was erg leuk: live in TV- en radiostudio’s, al die interviews, ik kreeg zelfs een kaart in het Groot Nederlands Schrijverskwartet van de 20e Eeuw, tussen Anne Frank en Harry Mulisch en zo. En zij schreven in de 20e eeuw, ik niet eens!

In Harten Sara laat je veel van jezelf zien, was dat in het niet erg moeilijk om jezelf zo bloot te geven?
Nee, dat gaat automatisch. In veel opzichten ben ik Sara. Hoewel zij wel is uitvergroot (*verschuilt zich voor cynisch knikkende vrienden en familie*). Nee, maar serieus: ik schrijf veel makkelijker over dingen die dichtbij me liggen. Kunst is geïnspireerd door emotie en die vind je in jezelf. Zo werkt het met film, beeldende kunst en ook met literatuur. Kunstenaars zijn stuk voor stuk egocentrisch: we schrijven, schilderen of filmen over onszelf, ons eigen leed, onze eigen liefde. Maar in diezelfde handeling ligt ook iets wat voor iedereen herkenbaar is, waar mensen zich in kunnen verplaatsen, juist omdat het zo menselijk is. We zijn net God. We scheppen naar ons eigen beeld, maar bieden tegelijk ook een plekje waar we allemaal kunnen vertoeven. Wow, diep he!

Heeft het schrijven van Harten Sara je geholpen om meer inzicht in jezelf te krijgen? En op welke manier merk je dat?
Het zijn meer de jaren voor het schrijven van Harten Sara die me zelfinzicht hebben gegeven: de achtbaan van verliefd worden, de pijn van afscheid nemen, de wens om jong te blijven, de magie van je eigen denken en kunnen. Je leert langzaam het leven kennen, en sommige mensen bieden daar meer weerstand tegen dan anderen. Al die inzichten heb ik gebruikt tijdens het schrijven. Het schrijfproces wordt daardoor meer een soort repetitie van het leefproces. En door het overzichtelijk samen te vatten, zie je welke keuzes je ooit maakte en hoe je dat nu anders zou doen. En nu wek ik vast de indruk dat Harten Sara een extreem zware psychologische roman is, maar da’s onzin: het biedt ook gewoon tips over hoe je kunt vliegen, hoe je de toekomst kunt beïnvloeden met rijmpjes over Mongoolse yakhoeders en een praktische handleiding hoe je mensen invriest in badkuipen.

Wat was het verschil tussen het schrijven van Leerling Tovenaar Vader en Zoon en Harten Sara?
Het grootste verschil is dat LTV&Z een plotgedreven roman is, en Harten Sara een karaktergedreven roman. Met andere woorden, het eerste is vooral een spannend verhaal, het laatste heeft veel meer diepgang. Ik wilde Sara zo construeren en schrijven dat letterlijk elke zin, elke sfeer, elk symbool en elke gedachte een betekenis heeft, er staat om een reden. Dat alles op hogerliggende niveaus met elkaar verbonden is, zoals alles in het leven. En dan toch op een manier dat het lekker wegleest als een bizar, wonderlijk, grappig, spannend en aangrijpend verhaal. Het schrijven was daardoor veel, veel ingewikkelder, en ik heb er veel, veel langer over gedaan.

Wat is volgens jou de kracht van het magisch realisme?
Het is de meest pure ervaring van verwondering in het leven. Juist omdat magisch-realisme uitgaat van gewone, menselijke verhalen, die zich gewoon in je eigen leven kunnen afspelen, komt het dichtbij. En dan, plots, is daar die vreemde, verwonderende, magische ervaring, die je overvalt, die je raakt. Het is alsof je een steen uit een bergwand loswrikt, daarachter een goudader vindt… met een Albert Heijn-streepjescode erin gedrukt. Dit is hoe magie zich in het moderne leven tentoonspreidt. We kunnen niet vliegen; dat gebeurt alleen in fantasyverhalen. Maar wat als we heel soms, op dat zeldzame moment dat we het leven helemaal begrijpen, dat we een zijn met onszelf en alles om ons heen, misschien, heel kort, wél even kunnen vliegen? Dat is magisch-realisme. En dat is wat Sara ontdekt: de magie die in het echte leven verborgen zit.

 

Leave a Comment