Interview | Leo Arie Elsenaar herinnert Wim Stolk glimlachend

In vier maanden stelde uitgeverij Parelz Bericht uit Bloemrijk samen, een eerbetoon aan de overleden schrijver W.J. Maryson (Wim Stolk). Het resultaat is een bundel met verhalen van Nederlandse bodem, geschreven door schrijvers die Wim persoonlijk kende. Uitgever en schrijver LeoArie Elsenaar nam het initiatief voor de bundel die in korte tijd werd gerealiseerd. En dat was volgens hem een hele mooie ervaring, “ik las telkens het eerbetoon”.

Als uitgeverij bij Uitgeverij Parelz heb je ‘Bericht uit Bloemrijk’ uitgegeven, een bundel met verschillende verhalen van diverse schrijvers als ode aan W.J. Maryson (Wim Stolk), waarom heb je daartoe besloten?
Wel, dit is iets anders gegaan! Het idee kwam bij me op vrijwel direct nadat ik van het overlijden van Wim Stolk had gehoord, en dan nog niet eens als een Parelzuitgave. Nee, ik wilde een literair eerbetoon voor Wim maken. Ik dacht meteen aan de ‘onlog’ getiteld ‘Bericht uit Bloemrijk’ en zocht het op op het forum, om daar ter plekke een antwoord op te schrijven. Tijdens het schrijven van het antwoord ordende ik meteen de gedachten over de bundel.
Toen ik Elly Stolk er een week later over sprak, stond mij ook alleen de bundel voor ogen en niet het uitgeven ervan. Dat liet ik in eerste instantie over aan Elly. Zij gaf aan dat zij het niet zelf wilde uitgeven en dat ik met de uitgever van Wim Stolk, Meulenhoff Boekerij, zou moeten praten. Dat was dus Jürgen Snoeren, en hij gaf een totaal onverwacht antwoord: nee, hij wilde het niet uitgeven; hij wilde meedoen als auteur.
Pas toen overlegde ik het met Carien Touwen en besloten we dat Parelz het zou uitgeven.

Uitgeverij Parelz heeft dit boek in een vrij korte tijd weten te realiseren, is dat denk je een kracht van Uitgeverij Parelz?
Ja en nee. Je zou het ook een zwakte van ons kunnen noemen. We hebben namelijk één keer eerder in vrij korte tijd een speciale bundel uitgegeven. Dat was de ‘Decemberbundel’ in de winter 2009. Voor die bundel hadden we zes maanden doorlooptijd gehad en we beloofden elkaar plechtig om dat nóóit meer te doen. Te veel stressen. Bericht uit Bloemrijk is in vier maanden geproduceerd…

Natuurlijk is dit niet het volledige antwoord. Ja, Uitgeverij Parelz kan bundels als deze in een korte tijd produceren. Reguliere uitgeverijen kunnen het in principe ook. Dat blijkt wel uit speciale herdenkingsboeken na bijzondere gebeurtenissen. Ik meen dat er een week na het wereldkampioenschap voetbal ook al het eerste gedenkboek uitgegeven was, met foto’s, interviews en verslagen.

Op literair terrein zie ik het minder, maar het komt wel degelijk ook voor. Natuurlijk is het imago van een reguliere uitgever er een van langer lopende uitgeeftrajecten, maar dat is mijns inziens niet zozeer het gevolg van trage interne processen als wel van de wens van de uitgevers om tijdig aan de boekhandels te melden wat er aan uitgaven komt.

Heb je de schrijvers zelf benaderd en hoe ging dat proces in zijn werk?
Op de begrafenis besprak ik het al met Peter Schaap en hij was er erg door geraakt. Dolgraag wilde hij meedoen, en de volgende dag ontving ik al een mail dat hij zijn inspiratie al had opgedaan. En dan gaat het snel. In het eerste gesprek met Elly noemde zij enkele namen die ik meteen benaderde, en tegelijk meldden zich anderen die ervan hadden gehoord. Binnen nog geen twee weken was de lijst compleet in die zin dat we niet meer verhalen kwijt zouden kunnen. De bundel is zelfs nog dikker geworden dan voorzien, omdat er alsnog een verhaal van Wim zelf bij kwam.

Aan elk van de schrijvers stuurde ik de tekst van Wims onlog. Ook die tekst is in de bundel terechtgekomen. Ik vroeg hen om met die hartenkreet van Wim in gedachten een eerbetoon aan hem te schrijven, maar dan wel volledig in eigen stijl. Dat vond ik belangrijk omdat het een persoonlijk eerbetoon moest zijn.

De vraag was overbodig. De een na de ander stuurde een verhaal op, waarin de match met de onlog van Wim gevonden werd, geheel vanuit hun eigen stijl. Dat is mijns inziens ook de kracht van deze bundel geworden.

Wat was voor jou de mooiste ervaring aan het samenstellen van deze bundel?
Het klinkt vreemd, maar de eerste lezing van elk verhaal was een intense beleving. Stel je voor: je zit met je eigen gevoelens over het verlies van de vriend die Wim was, en dan lees je, soms in, en soms achter het verhaal, wat hij betekende voor die andere auteur. Het was telkens weer een verrijkende ervaring. Wim is echt een complex persoon geweest.

Een bijzonder moment was rechtstreeks hieraan gerelateerd. Ik las telkens het eerbetoon, maar niet iedere schrijver legde dat er even bewust in. Bij eerste lezing van Tais Tengs verhaal (De meanders van Winterrivier) viel ik op de laatste pagina helemaal stil. Plotseling besefte ik dat ik al een paar minuten naar de lege ruimte onder de laatste woorden had zitten staren. Ik vroeg Tais in een mail of hij besefte wat voor een indrukwekkende metafoor van Wims leven hij neergelegd had in de levensloop van zijn hoofdpersoon. Tais antwoordde, en ik las zijn eigen verbazing in dat antwoord, dat dat inderdaad het geval was. “Het gebeurde volkomen spontaan”, schreef hij erbij.

Maar er waren veel meer van die momenten. De titel van datzelfde verhaal bevatte ‘winterrivier’. De eerste die een verhaal inleverde was Peter Schaap en zijn verhaal heet ‘De rivier’. Het verhaal van Wim zelf heette oorspronkelijk ‘Winter’, maar hij heeft dat op feedback van mij aangepast naar ‘Zima’. En dat is het Poolse woord voor ‘Winter’, want, zo schreef hij mij ter toelichting, het moest en zou winter heten, maar hij herkende de bezwaren die ik ertegen had wel degelijk…
Toen Marie Stolk haar eerste versie van het schilderij voor de omslag leverde met het verzoek om commentaar, viel ik weer stil. Zij had daar een witte duif op geschilderd, die zodanig getekend was dat het net een engel leek. En Wim en ik hadden in de weken voor zijn overlijden in ons emailcontact een thema gehad, te weten ‘de witte en de zwarte engel’. Toen ik Marie daarover vertelde, schilderde ze direct de zwarte vogel erbij die nu dat schilderij siert. En ze meldde dat het voor haar meteen ‘af’ was, toen ze dat had gedaan…

Wat is je mooiste herinnering aan Wim?
Daarop kan ik geen eenduidig antwoord geven. Dat is namelijk afhankelijk van mijn stemming. Ik weet dat ik mij van een totaal andere klasse voelde toen ik eens samen met hem genomineerd was voor een schrijfwedstrijd (de Nieuwegeinse Literatuurprijs). Tot mijn verbijstering won ik die. Enkele maanden later waren we beiden genomineerd voor de Paul Harlandprijs. Die won hij, en tot mijn verbijstering was hij daar even verbijsterd over als ik eerder in Nieuwegein. Het tekende zijn persoon.
Maar de mooiste indrukken waren toch vooral die momenten in Kats, op de meets die hij organiseerde, of bij privébezoeken, waarop hij glimlachend vooroverboog en begon te lezen uit enig werk dat hij dan in handen had. Welk werk het ook betrof, het kreeg zijn volledige aandacht. Altijd, altijd herkende en erkende hij de muze die hij achter het werk aanwezig zag.

Leave a Comment