Paul Evanby schreef De Scrypturist en De Vloedvormer, boeken over een niet bestaande wereld, de Schering, waarin schrijven een belangrijke rol speelt. Interessant, maar zelfs na het lezen van zijn boeken zijn er nog genoeg vragen over deze ingewikkelde interessante wereld. Gelukkig geeft Paul Evanby graag nog wat uitleg.

Jouw Levend Zwart-serie gaat over een wereld binnen een wereld, en in De Vloedvormer is zelfs sprake van een wereld binnen een wereld binnen een wereld. Hoe ingewikkeld was het om dit verhaal uit te denken en alles te laten ‘kloppen’?
Je kent waarschijnlijk wel de meme van de tweede soorten schrijvers: de tuinier versus de architect. De tuinier plant een zaadje en laat het groeien, verzorgt het en ontdekt langzamerhand hoe de boom er uitziet. De architect ontwerpt alles van te voren, weet hoe hoog het huis wordt, hoeveel kamers het heeft en wat de kleur is van de kozijnen. Misschien zie ik mijzelf als een architect met een verwilderde achtertuin vol hoge bomen.
Het Levend Zwart is begonnen met twee zaadjes: zwakke schriftmagie en open-source kunstmatige intelligentie. Allebei hadden ze de potentie om uit te groeien tot machtige woudreuzen, maar om ze samen te laten smelten tot één roman was er heel zorgvuldig ontwerp- en snoeiwerk nodig.
De mate van ‘ingewikkeldheid’ kan ik natuurlijk niet omschrijven. Wat voor de één een elegant patroon is, is voor de ander een onontwarbaar kluwen. Ik probeer voor mijzelf altijd de grenzen op te zoeken: hoe kan ik vertellen wat ik wil vertellen zodat noch de roman, noch ik eronder bezwijken, terwijl ik tegelijk een (hopelijk) spannend verhaal aflever waar ook de uitgever en de lezer mee uit de voeten kunnen.

Je hebt een app voor het Levend Zwart voor de iPad en iPhone laten ontwikkelen, met daarin onder meer kaarten van jouw werelden. Je boeken zelf bevatten geen kaartjes, is dit een bewuste keuze?
Ik vind een kaart in een fantasyboek altijd weer zo’n verplicht nummer. Alsof het hoort. Ik vind zelf dat je het alleen moet doen als het iets toevoegt aan het verhaal. Voor mij voegde het niet genoeg toe om de uitgever te willen overtuigen dat het nodig was. Toen het boek uitkwam hoorde ik van sommige lezers dat ze graag een kaart hadden willen zien, maar van anderen weer dat ze hem niet gemist hadden. Ik hoorde zelfs van mensen die een verklarende woordenlijst achterin wel een goed idee zouden vinden — iets waarvan ik persoonlijk huiver.
Aan de andere kant blijft er na het schrijven van een roman een hoop residu over, die alleen maar bij mijzelf in de la of de computer blijft zitten, en die niemand verder ziet. En in de meeste gevallen is dat volkomen terecht. Maar toen de mogelijkheid van een iOS-app zich aandiende heb ik het een en ander verzameld, waaronder de kaart die ik zelf gebruikte tijdens het schrijven. Ik hoop in de toekomst meer met die app te kunnen doen. Een plattegrond van Revantijn? Een ansicht uit Tenwalle? Een scryptuurleesplank? Wie weet…

De wereld van het onderwatervolk, de riindhru, wordt heel beeldend beschreven. Bijna liefdevol. Als lezer lijkt het wel alsof jij meer affiniteit hebt met deze wezens dan met mensen. Wat is jouw inspiratiebron voor het watervolk?
Ik kan niet een enkele inspiratiebron voor de riindhru aangeven. De oudste voor mij persoonlijk is een sprookje van Hans Christian Andersen, maar later leerde ik uit de Griekse mythologie Poseidon kennen, Jörmungand uit de Edda, en nog later Grendels moeder uit het Beowulf-epos. Verder zit er iets in uit een Gray Mouser-verhaal van Fritz Leiber, een stukje Rebma van Roger Zelazny, wat van de Deep Ones van H.P. Lovecraft, en waarschijnlijk wel iets uit elk ander verhaal in de westerse culturele traditie dat ik ooit over een onderwatervolk heb gelezen.
Het idee voor Nishkigoh stamt uit 2004, en de omstandigheden van zijn geboorte zijn inmiddels zo vaag dat ik me daar weinig meer van kan herinneren. Ik was allereerst op zoek naar iemand die ontrukt was aan zijn geboortegrond en niet meer terug kon, en die bovendien zo volslagen vreemd was in een menselijke maatschappij dat hij alles zelf zou moeten ontdekken. Wat voor problemen zou hij tegenkomen, welke onverwachte voordelen zou hij blijken te hebben? Een klassiek voorbeeld van displacedness, maar dan in het kwadraat. Dat die persoon van onder zee kwam, was daarna alleen maar een uitwerking van dat gegeven.
En het is die vreemdheid die bepaalt hoe intensief het karakter beschreven wordt. Dit is iemand die van onder water komt, maar voor wie het concept ‘water’ zelf vreemd is, omdat hij er altijd door omringd is geweest en dus niets anders heeft gekend. Op het land moet hij leren drinken uit een beker, iets dat hij nooit eerder gedaan heeft. Om zo’n karakter tot leven te laten komen en aannemelijk te maken voor de lezer, vergt een heel zorgvuldige behandeling. Als schrijver moet je dan bijna zelf in die schubbenhuid kruipen.

In bijna alle namen van jouw menselijke personages komt de letter Y voor. Wat heb jij met deze letter? Kun je vertellen hoe je in het algemeen tot de namen van mensen en plaatsen in jouw werelden bent gekomen?
Met de Y heb ik absoluut niets. Puur toeval dat die letter zo vaak terug komt. En ‘bijna alle’ is wat overdreven: als ik mijn eigen lijst langs loop is het nog niet de helft. Het valt waarschijnlijk alleen maar op omdat hij in het dagelijks Nederlands zo weinig voorkomt. Het is wel goed dat je de vraag specificeert met ‘menselijk’, omdat er in de transcriptie van riindhru-namen naar het Welts geen reden is om de Y te gebruiken.
Mijn proces om namen te genereren is niet bijzonder, denk ik. Het belangrijkste is altijd dat namen die uit dezelfde cultuur komen ook klínken alsof ze uit dezelfde cultuur komen. Ik probeer er dan zelf ook nog een laag onder te leggen, om een gevoel van diepte te geven. In het geval van De scrypturist is dat het Jiqarns, de moderne variant van het oude Dorqaraans, dat ik zie als een equivalent van het Latijn in onze wereld. Latijn heeft een grote invloed gehad op Europese talen. Dorqaraans heeft op een vergelijkbare manier invloed gehad op de talen van Darn Rist, het continent waar Weltryck en haar buren op liggen. Dat moet terug komen in de gebruikte namen, zelfs al ben ik de enige die het ziet.
Is dit belangrijk? Nee, ik ben geen Tolkien. Maar taal is nu eenmaal een onontbeerlijk instrument in de gereedschapskist van de wereldbouwer.

Een belangrijk element in de Levend Zwart-serie is de virtuele wereld, de Schering. De naam ‘schering’ verwijst naar een weefgetouw, en  in De Vloedvormer verschijnt dit weefgetouw ook daadwerkelijk. Kun je iets meer vertellen over de keuze van juist dit symbool voor een virtuele omgeving?
Ik zocht een soort magische versie van William Gibsons cyberspace matrix: een consensusrealiteit gebaseerd op scryptuursymbolen. Terugzoekend in mijn notities zie ik allerlei andere termen die ik overwogen heb en laten vallen. Sommigen vond ik te zeer voor de hand liggen, anderen weer te ver gezocht. Uiteindelijk kwam ik terecht op opgespannen symboolruimte. (In een SF-verhaal zou ik misschien gaan praten over Hilbertruimte, maar dat ging hier dus niet.) Van dat ‘opgespannen’ kwam ik terecht op ‘web’, een woord wat je natuurlijk tegenwoordig niet meer met goed fatsoen kunt gebruiken. Vandaar op ‘weefsel’ en vandaar (om het interessant te houden) op ‘schering’.
Het was oorspronkelijk helemaal niet mijn bedoeling om dat weefgetouw echt zo letterlijk ten tonele te voeren, maar in De Vloedvormer vervult het een hele eigen functie die het bestaansrecht geeft binnen het verhaal.

In een eerder interview gaf je aan dat je tijdens het schrijven soms door het verhaal een onverwachte kant op wordt gestuurd. Daardoor loopt een scene, of misschien zelfs een hoofdstuk, anders dan je van tevoren bedacht had. Kun je hier een voorbeeld van geven, uit De Vloedvormer?
Hierop moet ik je het antwoord schuldig blijven. Dat soort dingen gaat allemaal verloren in het proces van het verder schrijven en het herschrijven. Als een boek eenmaal af is, heb ik geen idee meer wat volgens plan ging en wat niet. Sterker nog, daar wil ik me dan ook helemaal niet meer mee bezighouden. Dus wat ik eventueel nog wist, dat vergeet ik zo snel mogelijk…

De gelaagdheid en complexiteit van jouw boeken maakt ze niet meteen toegankelijk voor iedere fantasyliefhebber. Herken je dit, en wat vind je daarvan?
Ik wil de intelligentie van de ‘gemiddelde’ fantasylezer, als er al zoiets bestaat, niet onderschatten. Daarom wil ik ook geen aannames doen over de ‘toegankelijkheid’ van mijn boeken. Ik denk ook dat lezers zichzelf niet zouden moeten onderschatten. Het veronderstelt een soort tweedeling tussen boeken die je leest ‘voor je plezier’, ‘om bij weg te dromen’ of ‘om te ontsnappen aan het echte leven’ tegenover boeken waarbij je (help!) moet nadenken om ze te bevatten. Iedereen heeft ongetwijfeld zijn eigen ideale ‘ontsnappingsstrategie’, en mijn eigen ervaring is dat ik het meeste plezier beleef aan boeken die me juist vertellen dat het niet erg is om na te denken, en die me dan vervolgens uitdagen om een andere kant op te denken.
En zulke boeken wil ik ook schrijven, maar zonder bewust ‘moeilijk’ te willen zijn. Een van de dingen waar ik altijd mee worstel is juist om de hele zaak zo helder en inzichtelijk mogelijk op te schrijven. Wat altijd het belangrijkste moet zijn, is dat het verhaal goed loopt — hoeveel diepgang je verder ook in je boek wilt stoppen. Iemand als China Miéville bijvoorbeeld kan een boek vol duwen met politiek commentaar, maar dat zit het verhaal nooit in de weg. Ik herinner me een opmerking van hem in de trant van: “Okay, mijn politiek engagement spreekt je misschien niet aan, maar kijk eens naar dit monster dat ik voor je getekend heb, is dat niet waanzinnig cool?”
Toch ontken ik niet dat de uitgever, Mynx (Meulenhoff Boekerij), zijn nek ver heeft uitgestoken met dit boek, in een mate die ik niet veel grote uitgevers in Nederland zie doen. Ik ben natuurlijk bevooroordeeld, maar ik vind dat het Mynx wel tot een van de avontuurlijkste commerciële fondsen van Nederland maakt. Het aanstaande debuut van Sophie Lucas, waar ik heel benieuwd naar ben, onderstreept dat nog eens.

Je hebt eerder gezegd dat Nederlandse fantasy erg achter ligt bij het buitenland. Welke verklaring heb jij hiervoor?
Er zijn waarschijnlijk allerlei verklaringen aan te wijzen, maar als ik de juiste wist…
Ik vermoed dat de beperkte beschikbaarheid van nieuw buitenlands materiaal in het Nederlands taalgebied een rol speelt. De grote uitgevers zijn hier de enigen die Brits en Amerikaans werk kunnen aankopen en vertalen, en dat kunnen ze alleen maar doen met een commerciële aanpak. Daarmee hebben ze vaak niet direct de meest interessante nieuwe ontwikkelingen te pakken. Mijn uitgever heeft bijvoorbeeld wel twee boeken van de al genoemde Miéville uitgebracht, maar spijtig genoeg moeten besluiten daarmee te stoppen vanwege tegenvallende verkopen.
Voor Nederlandstalige lezers is dat misschien niet onmiddellijk een probleem (hoewel het ook voor hen een verarming is) maar voor schrijvers denk ik des te meer. Schrijvers kunnen niet afgaan op wat er hier vertaald verschijnt. Schrijvers zouden zélf op zoek moeten: zelf bijhouden wat er in het buitenland uitkomt, en dat dan maar lezen in de oorspronkelijke taal. In de tijd van het Internet en het e-boek is dat makkelijker dan ooit.
En dan hoor ik wel eens: “Maar waarom moeten we hetzelfde doen als in het buitenland?” Dat moeten we ook helemaal niet, maar dan stel ik de tegenvraag: “Waarom moeten we nu hetzelfde doen wat ze in het buitenland al veertig jaar geleden deden?” Ik merk het heel erg aan de inzendingen van de Paul Harland Prijs, die ik een aantal malen gejureerd heb. Daar kom ik erg vaak verhalen tegen die ik zou verwachten in een Amerikaans pulpblad uit de jaren vijftig. Als je je niet bewust ben van wat er in de wereld om je heen gebeurt en dat gebruikt (of juist expres niet gebruikt) om je eigen cultuur op een hoger plan te brengen, zal die uiteindelijk ontaarden in een kaal en dor achterstandsgebied.

Over welk boek, of welk verhaal, van jezelf ben je het meest tevreden, en waarom?
Ik heb geen echte favorieten. Meestal vind ik het verhaal waar ik mee bezig ben het beste wat ik ooit geschreven heb. Als ik dat niet vind, dan is er iets serieus mis met het verhaal en kan ik het beter weggooien of grondig herschrijven. Pas later ontstaat er genoeg afstand om te kunnen oordelen met enige vorm van objectiviteit, en op dat moment vallen ook alle gebreken op, en neem je je voor om dat de volgende keer beter te doen.
Dit schrijvend realiseer ik me dat ik over verhalen die een mooie publicatie gekregen hebben misschien nog het meest tevreden ben. Ik kan de fouten nog steeds zien zitten, maar iemand anders heeft zo’n verhaal goed genoeg gevonden om het aan een groot publiek te willen laten lezen, en mij daar geld voor te willen betalen.
Voorbeelden daarvan zijn Mannikin in het Britse blad Interzone, en A Thousand Trains Out of Here in DayBreak Magazine, en natuurlijk de twee romans.

Wat vind je van de opmerking, dat jouw menselijke personages wat afstandelijk en stoïcijns overkomen? Komt dit overeen met hoe jij mensen in het algemeen ervaart, of zit er een andere gedachte achter?
Interessant dat je de personages in de boeken zo ziet. Mijn ervaring is dat iedere lezer een personage op zijn of haar eigen manier ‘leest’. En dat vind ik niet meer dan logisch, omdat iedere lezer zijn of haar eigen persoonlijke achtergrond heeft, die uiteindelijk bepaalt hoe een karakter in een boek ervaren wordt. Ik weet niet meer wie het was die het gezegd heeft: “De schrijver schrijft, maar de lezer creëert.”

Als Paul Evanby de Schering zou kunnen binnengaan, wat zou hij daar dan doen?
Eerst eens van een glas goede absint genieten. Een mooie Dorqay bijvoorbeeld.

Als de geruchten kloppen is de Levend Zwart-serie een trilogie. Wanneer kunnen wij deel 3 verwachten, en kun je alvast een tipje van de sluier oplichten?
Bedankt dat je die vraag stelt, want inderdaad: geruchten. Misschien zijn het vooral de uitgevers geweest (en dan met name de Engelstalige, want de meeste fantasy die hier gelezen wordt komt uit het Engels) die ervoor gezorgd hebben dat bij het woord ‘fantasy’ altijd direct het woord ‘trilogie’ schijnt te horen. Als je niets zegt over hoeveel delen een reeks heeft, neemt iedereen automatisch aan dat het er drie zijn! Een interessant sociaal experiment, dat wel.
Maar natuurlijk moet ik weer dwars liggen. Het scryptuur-concept zelf is zeker rijk genoeg om meer over te vertellen, en wie weet keer ik er nog wel naar terug in korter werk, maar de verhaallijnen en ontwikkelingen van het Levend Zwart worden afgerond aan het einde van De Vloedvormer. Tijd voor wat anders.

 

Average Rating: 4.5 out of 5 based on 287 user reviews.

Share:

5 Comments

  1. July 13, 2011 / 15:40

    Leuk interview. Goede boeken, goede schrijver! Ben benieuwd naar wat dat ‘wat anders’ gaat worden.

  2. Tim de KW
    July 21, 2011 / 13:53

    Inderdaad een leuk interview. De opmerkingen van Evanby over de achterstand van de Nederlanders op Fantasygebied maken me aan het denken. Hij heeft absoluut een goed punt. Ik heb de boeken van Miéville pas geleden op de kop weten te tikken en heb Station Perdido bijna uit. Wat een prachtig, complex verhaal. Schitterend geschreven. Iets wat ik nog niet eerder ben tegengekomen in Nederlandse vertalingen.

    Maar zo zijn er nog genoeg andere auteurs die in het buitenland groots zijn, maar in Nederland de kans niet krijgen. Zie bijvoorbeeld R.A. Salvatore. Ik heb geprobeerd zijn eerste boek te lezen, maar het Engelse taalgebruik was voor mij net even iets te hoog gegrepen, waardoor ik het boek helaas niet erg begrijpend kon lezen. Ik heb mijn pgingen toen gestaakt en heb het tot nu toe bij Nederlandse vertalingen gehouden.

    Gelukkig worden er de laatste jaren wel steeds meer grote namen uit het buitenland vertaald dus opzich hoeven we ons hier niet te vervelen, maar feit blijft dat er ook nog genoeg onvertaald blijft.

    Dit interview heeft me wel nieuwsgierig gemaakt naar de boeken van Evanby en ik zal ze zeker eens een kans geven!

  3. admin
    July 23, 2011 / 19:24

    Daar heb je inderdaad een punt Tim. Veel boeken zijn nog niet vertaald en als ze al wel vertaald zijn, dan loopt de vertaling van bijvoorbeeld een serie, ver achter op de serie in het buitenland. Voor veel mensen, ook voor mij, is dat een reden om dan maar in het Engels te lezen.

    Maar ik denk dat Evanby hier ook iets anders bedoelt, namelijk dat de soort verhalen in Nederland achterblijven op de Engelstalige boeken. Het meeste vernieuwende werk komt nog steeds uit het buitenland. Bijvoorbeeld de Young Adult boeken (kijk alleen al naar de naam) zijn door Engelstalige auteurs leven in geblazen. Nu komen er ook Nederlandse auteurs die in dat subgenre schrijven. Ditzelfde geldt voor Steampunk verhalen.
    Wat dat betreft loopt Nederland gewoon achter. Ik denk, zonder met vingers te gaan wijzen, dat de uitgevers hier een behoorlijke vinger in de pap hebben. Eerst zien of het aanslaat in het buitenland en dan kan het altijd in Nederland. Omdat de fantasymarkt zo klein is. zijn gewoon heel voorzichtig om nieuwe dingen uit te proberen heb ik het idee.

  4. Hansoe
    July 24, 2011 / 11:11

    Ben net op de helft van de Scrypturist en het is een verademing om te lezen. Ben een groot liefhebber van SF in al zijn facetten. De laatste tijd veel films gekeken o.a. The game of Thrones. Maar lezen brengt me toch weer in een geheel andere vervoering!

    Ik was zo nieuwsgierig wie de vertaler was van dit boek ( want het woordgebruik was zo rijk ), want idd ik ging er van uit dat het een engelse schrijver was. Sorry Paul! 😉

    Ik ben geen volger van who is who en lees compleet random wat er op m’n pad komt. Vooral denk ik ook om verrast te blijven, maar wel een herkennings curve te ervaren.

    Hartelijk dank!

  5. Tim de KW
    July 25, 2011 / 10:18

    Ik denk inderdaad ook dat het vooral bij de uitgevers ligt, maar ik kan het ze niet kwalijk nemen. Het lijkt me ook een moeilijk genre in Nederland en teveel risico’s nemen is gevaarlijk. Ik zie ook genoeg auteurs graag nog eens vertaald worden en zou het ook fijn vinden als de boekenprijzen iets zouden zakken, maar dat gaat gewoon niet en dat begrijp ik volkomen. Dat is het nadeel van in zo’n klein land te leven met onze unieke taal.
    Toch moet ik zeggen dat Boekerij erg goed bezig is met hun voordeeledities! Het zijn misschien al de iets oudere boeken die ze voor een mooie prijs opnieuw uitgeven, maar dit kan voor veel mensen de overstap naar Fantasy iets makkelijker maken en het geeft mij mooi de kans om mijn collectie voor mooie prijzen iets verder uit te breiden 🙂
    Keep up the good work!!!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

eight + nine =