Een lesje over hoe de wereld van de fantastische genres eruit ziet buiten de Nederlandse grenzen: je hebt schrijvers. Je kent ze wel. Raymond Feist, Robin Hobb, Neil Gaiman, vul maar aan. Je hebt vast wat boeken van ze in de kast staan. Dan heb je professionals: uitgevers, publicisten, editors van magazines en anthologieën, literair agenten – ja, de mensen die hoognodig zijn, ook in een moderne tijd van Kindles en eBooks, om onze boeken naar jou toe te brengen, omdat ze het vak door en door kennen. En je hebt fans van de genres. Dat zijn we allemaal.

Tot zo ver weinig verschil met Nederland. Maar het kloppende hart hiervan, de cumulatieve vleeswording van het bovengenoemde, zijn de conventies. Dit is de plek waar iedereen samenkomt: schrijvers, professionals en lezers. Waar je in de bar een drankje drinkt met George R. R. Martin, en waar je – als je dat ambieert – een boekendeal scoort met de grootste Britse uitgevers.

De grootste is de WorldCon: 5.000 mensen, vijf dagen lang, meestal in de VS of Canada, maar in 2014 in Londen. Dan heb je de iets-kleinere-maar-nog-steeds-heel-grote World Fantasy Con (2013 in Brighton) en World Horror Con (dit jaar in Salt Lake City). Die genreopdeling geeft overigens de focus weer, maar het zijn grotendeels dezelfde mensen, en zeker dezelfde uitgevers. Last but not least: in Engeland heb je jaarlijks de Eastercon. Zie hier een introductie:

Het was de derde keer dat ik naar zo’n conventie ging. Toen ik er in 2008 voor het eerst kwam, met mijn eerste contract van Luitingh Sijthoff op zak, stond ik met mijn mond vol tanden tegenover mijn grote held Neil Gaiman. Hij herkende het poemalogo’tje op de rug van mijn boek en zei: “That’s cool! We’re with the same publisher!” Vince Docherty, een van de organisatoren waar ik bevriend mee ben, had me voor de gein in een panel over H.P. Lovecraft gezet, in de hoofdzaal. Zat ik dus ineens voor 500 man te spreken, naast de hyperintelligente China Miéville en Charlie Stross, die sneller praatten dan ik dacht.

Inmiddels weet ik hoe dergelijke conventies werken. Het is zo verschrikkelijk inspiratief. Er zijn talloze informatieve panels waar op hoog niveau wordt gediscussieerd over alles wat in de genres speelt. Veel belangrijker voor ambitieuze schrijvers zijn de momenten in de bar, al is het maar omdat veel alcohol veel goeds oplevert. Kijk maar:

Waar het natuurlijk allemaal om draait is netwerken. Niets is irritanter dan opdringerige schrijvers die met hun mapje vol manuscripten rondlopen en het overal willen verkopen. Niets is leuker dan schrijvers met wie je een gezellige avond hebt doorgebracht in de bar. Daarbij heb ik het voordeel dat iedereen mijn uitgever kent en blindelings vertrouwt. Als je dan ook nog eens een briljant boek schrijft… dan is de helft van het werk gedaan! In 2010 verkocht ik mijn eerste Engelstalige verhaal, op de World Horror Con in Brighton. Het resultaat van afgelopen weekend hou ik nog even voor me tot dingen definitief zijn, maar is veelbelovend. Er is alvast één handtekening gezet, op dit lelijke gesigneerde aapje. Neil Gaiman is zijn rechteroog. China Miéville zijn mond. Ramsey Campbell de tattoo op zijn linkerarm. Ik ben zijn rechterbakkebaard.

Schrijf je niet, maar hou je gewoon van fantastische boeken, dan beleef je er simpelweg een extreem gezellig en informatief weekend, wat die honderd euro aan een Easyjetticket best waard is. In Nederland vind je het namelijk niet op deze schaal. Ik wacht met smart op het moment dat de jaarlijkse BeneluxCon (een groep van ongeveer 150 mensen uit de gelederen van de NCSF, vooral een – zonder waardeoordeel – wat oudere generatie conventiegangers zonder veel nieuwe aanwas) en het Books of Fantasy Boekenbal (een groep van inmiddels toch ook wel zo’n 150 man die ook veel jongeren aantrekt) de handen ineenslaan en de krachten gaan bundelen. De initiatieven zijn de laatste jaren veelbelovend. Een sterk groeiende Paul Harland Prijs onder leiding van Martijn Lindeboom, een hartstikke leuk informatief programma op het Boekenbal… Nu nog wat met elkaar netwerken, dan op naar een HollandCon met minimaal 400 deelnemers in 2014?

Thomas Olde Heuvelt

2 Comments

  1. Martijn Lindeboom on April 12, 2012 at 23:45

    Hear hear! Helemaal met je eens, Thomas. Op naar het nieuwe elan in de Nederlandse fantasy scene!

  2. Patrick Brannigan on April 13, 2012 at 13:16

    Onwijs leuk verslag, Thomas. Zuipen en grappen maken met Abercrombie, wie wil dat nou niet??

    En natuurlijk heb je helemaal gelijk. Het beste wat we kunnen doen om het genre vooruit te helpen:
    1. Duizelingwekkend goede boeken schrijven
    2. Onszelf niet meer in de niche-hoek laten duwen
    3. Naar buiten treden via conventies. Volgend jaar een Boekenbal (oh nee, sorry, BoekenGALA) in het AMstel Hotel ;-)?

Leave a Reply Cancel Reply