Achtergrond | Walter Moers

Zachtaardige dinosaurussen, geniale eydeten, sluwe haaimades, ondergrondse gangenstelsels en giftige boeken: dat zijn de bouwstenen waaruit de fantasywereld van de Duitse auteur Walter Moers (1957) bestaat. Moers’ wereld heet Zamonië en hij kan er geen genoeg van krijgen. In oktober van dit jaar zal in Duitsland de zesde Zamonië-roman verschijnen. De eerste drie delen zijn inmiddels in het Nederlands vertaald, waarbij vooral deel drie, De Stad van de Dromende Boeken (2005), een schare fans heeft getrokken.

De jonge Moers debuteerde in 1984 als cartoonist in satirische tijdschriften. Kort daarna verschenen er enkele geïllustreerde kinderverhalen van zijn hand. Twee personages hieruit, Käpt’n Blaubär (Kap’tein Blauwbeer) en Schimauski (Prof. Dr. Abdul Nachtegaal), werden bekend op de Duitse televisie en zouden later als hoofdfiguren opduiken in zijn boeken over Zamonië.

Het werk van Walter Moers laat zich niet makkelijk typeren. Hij vermengt dolle fantasieën met ironische maatschappijkritiek, en volwassen tragikomedie met kinderlijke ongein. Zijn eerste stripverhalen gingen over het sympathieke genie Schimauski, maar ook over een klein rotzakje (Kleines Arschloch) en een oude zeikerd (Der Alte Sack). Daarna introduceerde hij Adolf Hitler als stripfiguur. Omstreeks dezelfde tijd verscheen Moers’ eerste Zamoniëroman: De 13 ½ levens van Kap’tein Blauwbeer (1999). Een bruisend avonturenboek over een lieve beer die voortdurend in levensgevaarlijke situaties belandt. Een hoogst origineel boek, dat niet alleen zeer goed geschreven is, maar ook prachtig geïllustreerd.

Wie is deze intrigerende auteur eigenlijk? Hij woont in Hamburg en is één van Duitslands meest succesvolle striptekenaars en schrijvers. Dat is ongeveer alles wat we van hem weten. Moers leidt een teruggetrokken bestaan, geeft nauwelijks interviews en heeft (voor zover bekend) niet eens een website. Hij is wel actief op Facebook, maar de profielfoto bij zijn account is vermoedelijk van een andere man. Niemand lijkt te weten hoe Walter Moers eruit ziet. Misschien is hij gewoon heel erg verlegen. Zeker is dat zijn mediaschuwheid goed van pas kwam toen hij het aan de stok kreeg met neonazi’s. Dit vanwege zijn satirische strips over Hitler (Adolf).

Gelukkig heeft Moers geen mediagenieke optredens en diepte-interviews nodig. Zijn boeken spreken voor zichzelf. De argeloze lezer wordt overrompeld door de woeste vrolijkheid en ideeënrijkdom van de Zamonië-romans. Grappig, absurd, spannend, vol vreemde wendingen, diepe lagen en parodieën op de literatuur. De schrijver Walter Moers laat zich met niemand vergelijken. Neem Boekheem, de stad die bijna bezwijkt onder het gewicht van miljoenen vergeten boeken, en waar ondergronds bloedig wordt gestreden tussen boekenjagers en schattige cyclopen (De Stad van de Dromende Boeken). Of een andere stad, Atlantis, waar ieder kind ervan droomt om later leugengladiator te worden – want niets is roemvoller dan in een stampvolle arena je tegenstander te verpletteren met een fantastisch verzonnen verhaal (De 13 ½ levens van kap’tein Blauwbeer). En wie anders dan Moers zou kunnen schrijven over een ontdekkingsreis door de bloedbaan van een Wolpertinger, waarin superkleine wezentjes wonen die ‘kriebels die niet te zien zijn’ heten? (Rumo en de wonderen in het donker, 2008)

Het fantasygenre kent veel critici, die beweren dat het in deze boeken altijd gaat over een Eenling met Onvermoede Magische Krachten die Het Kwaad Verslaat. Maar dan hebben zij Moers niet gelezen. Deze schrijver tilt in zijn eentje het fantasygenre naar een hoger plan. Hij neemt de verbeeldingsliteratuur zowel uiterst serieus, als op de hak. Na een bezoek aan Zamonië ben je gegarandeerd besmet met een liefde voor boeken en heb je meer bizarre wezens ontmoet dan je lief is. Aan de grens van Zamonië wordt iedereen begroet en niemand geweigerd. Behalve mensen die niet willen lezen.
(Eva Laiste)

Leave a Comment