Interview | Robin Hobb: “Ik schrijf vooral over dingen waarover ik mij verwonder”

Bij de naam ‘Robin Hobb’ veert een groot deel van de fantasylezende wereld op. Zij veroverde met haar boeken over de Zes Hertogdommen in korte tijd de wereld. Onder haar meisjesnaam ‘Megan Lindholm’ publiceerde ze nog vele andere werken, korte verhalen en boekenseries. Voor de Elf Fantasy Fair 2012  vloog ze over naar Nederland.

Robin Hobb gaat naast het raam van de Duivenpoort zitten. Onder deze ruimte lopen de bezoekers, zonder weet te hebben van de vrouw die boven hen zit. De geluiden van de fair klinken gedempt. Ze is hier alleen, zonder haar man, die op dit moment een cursus botenbouwen geeft. Een groot deel van hun huwelijk was hij ook op zee te vinden. “Ik vind het niet erg,” vertelt ze. “We hebben twee afzonderlijke levens die we zij aan zij leiden.”
Dit is niet de eerste keer dat ze te gast was op de Elf Fantasy Fair. “De Elf Fantasy Fair is heel anders dan de meeste conventies in Amerika. Het doet meer denken aan een renaissance fair. Een ander verschil tussen Amerikanen en Nederlanders is, is dat de Nederlanders veel meer boeken uit bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland en Engeland lezen. In de Verenigde Staten is er niet veel werk uit andere landen te vinden.”

Lindholm en Hobb
Ze gebruikt tijdens het schrijven twee namen, die allebei hun eigen stijl en ‘stem’ hebben en een ander lezerspubliek. “Het is niet moeilijk om die gescheiden te houden. Wanneer een verhaal ontpopt, kies ik de stem waarin ik het wil vertellen. Tijdens het schrijven is er niet de verleiding om tussen die ‘stemmen’ heen en weer te switchen. Het is eigenlijk zoiets als het doen van twee verschillende klusjes, er is geen overlap. Het hangt volledig van het verhaal af.”
Even wordt ze onderbroken door doedelzakmuziek die van beneden komt. Ze luistert tot de laatste klanken wegsterven. “Thuis heb ik een kantoor waar ik schrijf. Ik ben dol op de oude desktopcomputer met het enorme toetsenboard dat daar staat. Op het platteland hebben we een kleine boerderij, waar ik graag heen ga met mijn laptop. De internetverbinding is daar niet goed, dus ik krijg veel meer werk gedaan. Ik ben wel blij dat er nu computers zijn. Je krijgt meer tijd om echt te schrijven. Vroeger schreef ik met een typemachine. Als je dan drie foutjes maakte, was het niet erg. Als het er meer waren, moest je de complete pagina opnieuw uittikken. En als je een scene wilde toevoegen aan een hoofdstuk, moest je alles weer compleet herschrijven en soms liet je het dan maar zo, omdat het gewoon teveel werk was. Het is nu makkelijker om iets te veranderen.”
Hoewel ze dus een fijne schrijfplek heeft, schrijft ze overal. “Als er een ding is dat ik geleerd heb, is dat ik niet moeilijk moet doen over waar ik schrijf. Ik draag altijd een schrijfboekje bij. Wanneer ik bijvoorbeeld moet wachten op de tandarts, dan pak ik mijn boekje en schrijf. Het is natuurlijk niet zo prettig als wanneer je uren achter elkaar rustig kunt schrijven, maar met vijf minuutjes hier, tien minuutjes daar, krijg je nog best veel voor elkaar.”

Journalistiek
Voordat Robin Hobb trouwde, studeerde ze een tijdlang onder andere televisiejournalistiek aan de universiteit. “Dat deed ik om te kunnen leven van schrijven,” vervolgt ze. “Na mijn huwelijk belandde ik in een dorpje waar ik daarin geen werk kon vinden. Toen bedacht ik me dat het nu echt de tijd was om verhalen te gaan schrijven. Journalistiek vond ik leuk, al was het niet mijn eerste liefde, maar een manier waarop ik kon terugvallen. Het voordeel van de studie is dat je wel leert om alle belangrijke informatie en ‘ het hart’ van het verhaal eruit te halen. Het is een goede leerschool voor fictieschrijvers. Zelf schrijf ik vooral over dingen waarover ik mij verwonder. Tegen de lezer wil ik dan zeggen: ‘kijk hier eens naar, wat denk jij ervan?’”

Boeken en verfilmingen
“Voor elke leeftijd had ik een favoriet boek. Als kind was ik dol op Jungleboek, als tiener was ik dol op Tolkien. Dat was voor mij een boek dat mijn leven veranderde. Het allereerste fantasyboek wat ik las, was een oud victoriaans verhaal, dat The Joyeus story of Astrid heette,” aldus Hobb. Ze verliest zich helemaal in het lezen. “Lezen is voor mij vakantie. Ik probeer het elke dag een beetje te doen. Ik heb kortgeleden besloten dat dinsdag mijn ‘leesdag’ is. Dan lees ik een boek zonder me schuldig te voelen over al het schrijven dat ik nog moet doen. Vroeger was het mogelijk om alle fantasyboeken die uitkwamen te lezen. Nu met al die e-publishing en alle boeken die uitkomen, is dat onmogelijk. Op dit moment is George R.R. Martin mijn favoriete schrijver. Al heb ik de tv-serie niet gezien, omdat ik teveel van het boek houd. Ik heb veel liever mijn eigen beelden in mijn hoofd dan de beelden vanuit een film. De beste verfilmingen zijn gemaakt van korte verhalen. Vaak zijn romans te lang en te gedetailleerd om te verfilmen.”

Korte verhalen en het schrijfproces
Een van haar laatste boeken was een bundel korte verhalen, al vindt ze die erg moeilijk om te schrijven. “Het vergt veel meer discipline om een verhaal te nemen dat een boek kan zijn en daarvan alle extra stukken eruit te knippen om alleen de belangrijkste dingen vertellen,” zegt ze. “In een kort verhaal moet elke zin iets vertellen over het karakter, de setting omschrijven of het plot vooruit helpen. Een goede zin doet dat alle drie. Mijn korte verhalen zijn in de eerste versie altijd veel te lang. Ik moet dan teruggaan en flink knippen om er een goed verhaal van te maken.” Echt een voorkeur voor korte verhalen of romans heeft ze niet. “Ik houd van schrijven. Al ben ik wel beter in het schrijven van romans dan korte verhalen. Het moeilijkste van korte verhalen vind ik een verhaal afmaken, het einde vinden. Dat is het belangrijkste. Maak een verhaal af en repareer het.”

Ook bij het schrijven van romans vindt Hobb het soms moeilijk om een einde te vinden. “Vooral de eerste versie vind ik moeilijk. Ik vind het veel makkelijker om te herschrijven. Daar krijg je de kans om het verhaal beter te maken en wat ‘foreshadowing’ toe te voegen. Ik herschrijf een verhaal vaak meerdere keren voordat het naar de redacteur gaat. Daarna herschrijf ik het nog twee of drie keer.” Ze heeft verder zelf geen moeite mee dat redacteuren kritiek leveren op haar werk. “In alle jaren dat ik fantasy schrijf, ben ik nog geen enkele redacteur tegengekomen die mijn boek niet beter wilde maken. Redigeren is een hele specifieke kunst dat anders is dan schrijven. Al mijn boeken zijn door de redacteur vooruitgegaan. Het zijn hele aardige mensen. Ze hebben ook veel van mijn boeken een titel gegeven. Vaak vonden ze mijn titel niet goed, omdat het niet op de kaft paste, of dat mensen het niet uit konden spreken. Zij komen vaak met een andere, betere titel.”

Fans en dolfijnen
Met fans over de hele wereld heeft Hobb vele reacties op haar werk gehad. Een daarvan was wel heel erg vreemd. “Ik weet eigenlijk niet of ik dit verhaal kan vertellen,” gniffelt ze nerveus, terwijl ze een blik werpt op redacteur Jacques Post. “Ik heb ooit eens een boek geschreven dat ging over de liefde tussen een vrouw en een faun. Een lezer stuurde mij een brief die zei dat hij enorm blij was dat er eindelijk een schrijver was die schreef over ‘seks met dieren’. Dat niet alleen, hij ging door met een gedetailleerde beschrijving over zijn romantische ontmoeting met een vrouwelijke dolfijn…”

Hoewel ze actief contact heeft met haar fans, krijgt ze genoeg gelegenheid om te schrijven. “Op dit moment ben ik net klaar met een novella dat zich afspeelt in de Zes hertogdommen. Daarnaast werk ik aan een urban fantasy verhaal en knappen mijn man en ik nu een boerderijtje op zakformaat op,” vertelt ze. “Verder zijn er nog zoveel boeken die ik wil schrijven, maar onthoud een ding: Het gaat niet om het feit hoeveel boeken je gepubliceerd hebt. Wanneer je schrijft, ben je een schrijver.”
(Cathinca van Sprundel)

This entry was posted in Auteurs, Buitenland, Interview. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>